De Nederlandse fiscale behandeling van SAR-kosten in de vennootschapsbelasting
In dit artikel worden de belangrijkste aandachtspunten besproken bij de aftrek van kosten van Stock Appreciation Rights (‘SAR’s’) in de vennootschapsbelasting. Daarbij wordt eerst ingegaan op de aard van een SAR en de verschillende wijzen waarop een SAR-regeling kan worden vormgegeven. Vervolgens wordt besproken wanneer SAR-uitkeringen in beginsel aftrekbaar zijn als loonkosten en in welke gevallen specifieke aftrekbeperkingen in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (‘Wet VPB 1969’) aan de aftrekbaarheid daarvan in de weg kunnen staan.
1. Wat is een SAR?
Een SAR is, volgens de gebruikelijke definitie, een recht dat een werknemer aanspraak geeft op een geldbetaling ter grootte van de waardestijging van aandelen van de werkgever.[1] De werknemer die SAR’s krijgt toegekend, wordt doorgaans geen aandeelhouder en verkrijgt in de regel ook geen zeggenschap. Een SAR-regeling kan daarnaast recht geven op tussentijdse uitkeringen, die in de praktijk vaak als ‘dividend’ worden aangeduid.[2] Voor de fiscale beoordeling in dit artikel wordt geen onderscheid gemaakt tussen tussentijdse uitkeringen en andere uitkeringen uit hoofde van de SAR-regeling.
Bij de vormgeving van een SAR-regeling bestaat veel flexibiliteit. Een SAR kan bijvoorbeeld voorzien in een afwikkeling in geld, maar kan ook in een afwikkeling in aandelen voorzien of in een regeling waarbij de werknemer verplicht is om de ontvangen SAR-uitkering te gebruiken voor de aankoop van aandelen, opties of certificaten van aandelen. Ook kan een SAR-regeling worden gekoppeld aan bepaalde gebeurtenissen, zoals de verkoop van een deelneming. Juist door deze flexibiliteit dient zorgvuldig te worden beoordeeld welke fiscale gevolgen de gekozen vormgeving heeft. In dit artikel bespreken we enkele veel voorkomende situaties en bijbehorende fiscale aandachtspunten.
2. Aftrekbaarheid SAR-uitkeringen
Een uitkering uit een SAR-regeling aan een werknemer wordt in beginsel gezien als een looncomponent. Voor een lichaam dat belastingplichtig is voor de vennootschapsbelasting, zoals een besloten vennootschap (‘BV’) of een naamloze vennootschap (‘NV’), vormt een dergelijke uitkering daarom in beginsel een kostenpost die ten laste van het fiscale resultaat kan worden gebracht.[3]
SAR’s kunnen onder omstandigheden voor de inkomstenbelasting als lucratief belang kwalificeren.[4] Dit is voor de aftrekbaarheid in de vennootschapsbelasting bij de werkgever doorgaans niet van belang. Voor de vennootschapsbelasting staat de vraag centraal of – kort gezegd – sprake is van aftrekbare loonkosten en of een specifieke aftrekbeperking van toepassing is.
De Wet VPB 1969 kent verschillende aftrekbeperkingen die de aftrek van SAR-uitkeringen kunnen raken. Of een aftrekbeperking van toepassing is, hangt af van de concrete vormgeving van de SAR-regeling en van de vraag waarbij de regeling feitelijk aangrijpt. Daarbij zijn met name drie situaties van belang: de algemene aftrekbeperking voor aandelen, opties op aandelen en daarmee gelijk te stellen rechten, de aftrekbeperking voor werknemers met een hoog loon en de aftrekbeperking voor aan- en verkoopkosten van deelnemingen.
2.1 SAR-uitkering in aandelen of verplichte aanwending voor aandelen
De Wet VPB 1969 kent een specifiek aftrekverbod voor kosten die verband houden met de toekenning van aandelen, opties op aandelen of daarmee gelijk te stellen rechten.[5] SAR’s worden in beginsel niet als aandelen, opties op aandelen of daarmee gelijk te stellen rechten beschouwd, voor zover zij uitsluitend leiden tot een uitbetaling in geld. In dat geval blijft het uitgangspunt dat een SAR-uitkering als looncomponent aftrekbaar is.
Dat kan anders zijn wanneer een SAR niet in geld wordt afgewikkeld, maar bijvoorbeeld in aandelen. Ook kan discussie ontstaan wanneer werkgever en werknemer afspreken dat de werknemer verplicht is om een SAR-uitkering te gebruiken voor het aankopen van aandelen in de werkgever. De parlementaire behandeling en literatuur bevestigen dat SAR’s buiten het onderhavige aftrekverbod kunnen blijven, mits zij onder meer niet zijn gekoppeld aan een verplichting tot aankoop van aandelen. Ontbreekt die voorwaarde niet, dan bestaat het risico dat de regeling materieel wordt beschouwd als een vorm van aandelenbeloning, waardoor het aftrekverbod alsnog toepassing kan vinden.
De Belastingdienst is kritisch op structuren waarbij loon of een bonus door de werknemer wordt gebruikt om aandelen, opties of certificaten van aandelen te kopen. Dit blijkt onder andere uit het kennisgroepstandpunt van de Belastingdienst van 24 april 2026. [6] Daarin oordeelde de Belastingdienst dat het toekennen van het recht om certificaten van aandelen te kopen met een personeelslening, gecombineerd met een voorwaardelijke jaarlijkse geldbonus ter grootte van rente en aflossing op die personeelslening, materieel gelijk is aan het toekennen van aandelen tegen een voorwaardelijk te lage prijs. Volgens de Belastingdienst zijn de kosten van die geldbonus, voor zover deze zien op rente en aflossing van de personeelslening, dan niet aftrekbaar voor de vennootschapsbelasting.
2.2 SAR’s toegekend aan werknemers met een hoog loon
Naast voormelde aftrekbeperking geldt sinds 2009 een specifieke aftrekbeperking voor SAR’s die zijn toegekend aan werknemers met een hoog jaarloon. Voor 2026 geldt daarbij een grens van € 728.000. Als een SAR is toegekend aan een werknemer met een jaarloon boven deze grens, zijn de kosten van de SAR in beginsel niet aftrekbaar voor de werkgever, ook niet wanneer de uitkering in geld plaatsvindt. Voor SAR’s die zijn toegekend aan werknemers met een lager loon blijft het uitgangspunt dat de SAR-uitkering aftrekbaar is, tenzij een andere aftrekbeperking van toepassing is.
Voor de toepassing van deze aftrekbeperking wordt aangesloten bij het zogenoemde toetsloon op het moment van toekenning. Dat toetsloon wordt bepaald aan de hand van het loon op jaarbasis dat de werknemer heeft genoten in het laatste kalenderjaar dat vóór aanvang van het boekjaar is geëindigd.[7] Met andere woorden, het loon van het kalenderjaar voorafgaand aan jaar van toekenning is relevant. De loontoets is bovendien een eenmalige toets bij toekenning. Is de aftrekbeperking bij toekenning van toepassing, dan vallen ook latere waardeontwikkelingen van de SAR onder de aftrekbeperking. Als in het jaar van toekenning het toetsloon zich onder de loongrens van € 728 000 (2026) bevindt, is de aftrekbeperking ook op latere waardeontwikkelingen niet van toepassing.
Door deze methodiek is deze specifieke aftrekbeperking vaak niet van toepassing. Namelijk, pas door de uitkering van de SAR komt het loon veelal boven het toetsloon uit. In het kalenderjaar voor de toekenning van een SAR, zien we minder vaak dat het loon meer was dan het toetsloon.
2.3 SAR-regeling en aan- of verkoopkosten van een deelneming
Een andere relevante aftrekbeperking ziet op kosten die direct verband houden met de aan- of verkoop van een zogenaamde ‘deelneming’ waarop de deelnemingsvrijstelling van toepassing is. De deelnemingsvrijstelling is een regeling in de vennootschapsbelasting waarbij voordelen uit een deelneming in een dochtermaatschappij, zoals dividenduitkeringen en verkoopwinsten, zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting bij de moedermaatschappij. De deelnemingsvrijstelling geldt samengevat als (o.a.) een vennootschap ten minste 5% van het nominaal gestorte aandelenkapitaal bezit in een andere vennootschap en die deelneming geen ‘beleggingsdeelneming’ is.
Het belangrijkste voordeel van de deelnemingsvrijstelling is dat dividend en verkoopwinsten uit deelnemingen niet worden belast, waardoor dubbele belasting wordt voorkomen. Keerzijde is dat verliezen op deelnemingen ook niet aftrekbaar zijn (met uitzondering van liquidatieverliezen zij het dat daarvoor specifieke regels gelden). Door toepassing van de deelnemingsvrijstelling wordt het rendement op deelnemingen fiscaal aantrekkelijker en wordt het ondernemingen mogelijk gemaakt om hun internationale structuur efficiënter in te richten. Toepassing van de deelnemingsvrijstelling houdt ook in dat kosten die direct verband houden met de aankoop of verkoop van een deelneming niet aftrekbaar zijn. [8]
Onder aan- en verkoopkosten van een deelneming vallen kosten die rechtstreeks samenhangen met de verwerving of vervreemding van een deelneming.[9] Voorbeelden zijn advieskosten, notariskosten, makelaarskosten en succesvergoedingen die worden gemaakt om de aan- of verkoop van aandelen in een deelneming te realiseren. Deze kosten worden onderscheiden van reguliere bedrijfskosten, omdat zij specifiek betrekking hebben op het verkrijgen of vervreemden van een deelnemingsbelang.
Bij SAR-regelingen is met name van belang of de uitkering voldoende rechtstreeks samenhangt met de verkoop of aankoop van een deelneming. Het komt in de praktijk voor dat een verkopende partij werknemers van een verkochte deelneming wil laten meedelen in de gerealiseerde verkoopopbrengst, bijvoorbeeld door aan hen een bonus of vergelijkbare uitkering toe te kennen. In de procedure die heeft geleid tot het zogeheten ‘December-II-arrest’ ging het om afscheidsbonussen die na de verkoop van een deelneming aan het voltallige personeel van de vervreemde deelneming waren verstrekt, omdat de middellijke aandeelhouders het personeel wilden laten meedelen in de verkoopopbrengst.[10] De Hoge Raad oordeelde in deze zaak – kort gezegd – dat de afscheidsbonussen niet waren uitgekeerd met het oogmerk om tot vervreemding van de deelneming te komen. Daarom waren de bonussen niet aan te merken als kosten die door de vervreemding van de deelneming werden opgeroepen. Het vereiste rechtstreekse oorzakelijke verband tussen de uitgaven en de vervreemding ontbrak, zodat het aftrekverbod in die situatie niet van toepassing was.
Daaruit volgt niet dat bonussen of SAR-uitkeringen in vergelijkbare situaties altijd aftrekbaar zijn. Bij andere feiten en omstandigheden kan het aftrekverbod wel van toepassing zijn. Dat kan bijvoorbeeld spelen wanneer een bonus of SAR-uitkering wordt toegekend onder voorwaarden die nauw samenhangen met de aankoop of verkoop van een deelneming. Let bijvoorbeeld op wanneer de SAR recht geeft op een extra uitkering als de werknemer zich heeft ingespannen om de verkoop van de onderneming mogelijk te maken. Ook ‘retention fees’ of ‘blijfbonussen’ voor personeel van een verworven deelneming kunnen onder omstandigheden kwalificeren als aankoopkosten van een deelneming. De Belastingdienst heeft naar aanleiding van het December-II-arrest een kennisdocument gepubliceerd over aan- en verkoopkosten van deelnemingen.[11]
Voor SAR-regelingen betekent een en ander dat telkens moet worden beoordeeld of de uitkering voldoende losstaat van de aan- of verkoop van een deelneming. Ook moet worden beoordeeld op welk niveau binnen het concern de kosten worden gedragen. Het maakt fiscaal verschil of de kosten (terecht) worden genomen door de holding die de deelneming verkoopt of door de werkmaatschappij waar de werknemer in dienst is en waarvoor de werkzaamheden zijn verricht.
3. Afsluitend
De fiscale aftrekbaarheid van SAR-kosten in de vennootschapsbelasting hangt in belangrijke mate af van de concrete vormgeving en uitvoering van de SAR-regeling. Een SAR-uitkering in geld is in beginsel aftrekbaar als loonkosten, maar dat uitgangspunt kan mogelijk niet van toepassing zijn wanneer de regeling materieel neerkomt op een aandelenbeloning, is toegekend aan een werknemer met een hoog loon of rechtstreeks verband houdt met de aan- of verkoop van een deelneming.
Een zorgvuldige contractuele vastlegging, feitelijke uitvoering en fiscale allocatie van de kosten zijn daarom essentieel. Daarbij verdient het aanbeveling om vooraf te beoordelen welke gebeurtenis de SAR-uitkering veroorzaakt, in welke vorm de uitkering plaatsvindt, welke werknemer de SAR ontvangt en op welk niveau binnen het concern de kosten worden gedragen. Overwogen kan worden om een en ander in samenspraak met de Belastingdienst vorm te geven. Op die manier wordt voorkomen dat een SAR-regeling onbedoeld onder een aftrekbeperking in de Wet VPB 1969 valt.
Heeft u vragen over instrumenten voor medewerkersparticipatie, zoals SAR’s? Wilt u meer weten over de belastinggevolgen van het toekennen van SAR’s? Neem dan gerust contact op met Twan Weusten via onderstaand contactblok of twan.weusten@newtone.nl.
[1] Zie ook het artikel: https://newtone.nl/inzichten/stock-appreciation-rights-sar-financiele-juridische-en-fiscale-kenmerken/. In dit artikel gaan we niet in op de gevolgen van een SAR regeling die worden toegekend aan een niet-werknemer.
[2] Volgens de definitie zou dan sprake zijn van ‘phantom stock’ of ‘virtual shares’ in plaats van SAR’s.
[3] In dit artikel gaan we niet in op de behandeling van de kosten van SAR’s voor de wet op de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2001 (‘Wet IB/PVV 2001’). Dit zou relevant zijn als bijvoorbeeld een maatschap of een vennootschap onder firma (dit zijn geen kapitaalvennootschappen) SAR’s zou uitgeven. Dit zien we in de praktijk niet vaak.
[4] Zie ook: https://newtone.nl/vraagstukken/medewerkersparticipatie/.
[5] Artikel 10, eerste lid onder j Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
[6] KG:011:2026:3.
[7] Het toetsloon zoals bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964. Zie artikel 2bis van de Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971: maatgevend is het loon dat de werknemer heeft genoten in het laatste kalenderjaar dat vóór aanvang van het boekjaar is geëindigd.
[8] Artikel 13, lid 1 en lid 9, Wet VPB 1969.
[9] Zie goed dat de verkoop van een deelneming ziet op de verkoop van aandelen. Een (andere) manier om een onderneming te verkopen is via een activa-passiva transactie. Deze variant wordt niet besproken in dit artikel.
[10] Hoge Raad 22 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1793.
[11] Kennisdocument aan- en verkoopkosten deelneming van 1 februari 2024. In dit Kennisdocument wordt overigens geen duidelijkheid verschaft over ‘retention fees’ of ‘blijfbonussen’.
Ook interessant
Gerelateerde Berichten
Blijf op de hoogte dankzij de inzichten van onze specialisten. Lees nieuws en blogs over ‘dienst’ die nieuwe invalshoeken bieden op actuele onderwerpen.