Spring naar content

Fiscale eindejaarstips 2025: wat u nu nog kunt doen

Fiscale eindejaarstips 2025 – wat u nu nog kunt doen
Artikel geschreven door Andor Valkenburg

We zitten alweer in het vierde kwartaal van 2025 en binnenkort gaan we ook weer over op de wintertijd. Zoals elk jaar is het raadzaam om te bekijken of er vóór het einde van het jaar nog fiscale zaken geregeld moeten worden. Wij laten een aantal aandachtspunten de revue passeren.

Box 3 

Box 3 blijft de gemoederen nog wel even bezighouden in de komende jaren. Indien u een aanzienlijk box 3-vermogen heeft, is het zeker de moeite waard om te bekijken of er besparingsmogelijkheden zijn.
Totdat het nieuwe box 3-stelsel ingaat, kan er jaarlijks gekozen worden voor toepassing van het forfaitaire stelsel of het werkelijke rendement (zoals door de Hoge Raad geformuleerd).

De hoogte van de (forfaitaire) box 3-heffing hangt niet alleen af van de omvang van uw vermogen, maar ook van de samenstelling ervan. Zaken in eigen gebruik (zoals inboedel, juwelen of een boot) tellen niet mee in box 3. Bent u van plan uw huis opnieuw in te richten of een boot te kopen? Dan kan het raadzaam zijn dit nog vóór de peildatum van 1 januari 2026 te doen. Koopt u dit pas in januari 2026, dan staat het geld op 1 januari nog op uw rekening en telt het dus mee voor de forfaitaire box 3-heffing.
Verkoopt u nog vóór het einde van het jaar een box 3-pand, bekijk dan of dit nog geleverd kan worden vóór het jaareinde. Dan bedraagt het wettelijk vastgestelde rendement hierover op 1 januari 2026 geen 7,78%, maar het veel lagere rendement dat geldt voor banktegoeden.

Als u voor 2026 kiest voor de toepassing van het werkelijke rendement, worden de afwegingen weer anders. Is uw totale werkelijke rendement in box 3 lager dan het forfaitaire rendement, dan kunt u een beroep doen op de tegenbewijsregeling box 3. Dit gebeurt in 2025 via de aangifte inkomstenbelasting. Spelen met een eigen bv is een van de mogelijkheden om box 3-heffing te besparen. Besef ook dat als het box 3-vermogen nihil of negatief is, heffing überhaupt niet aan de orde is.

De advisering rondom box 3 is altijd maatwerk en omvat meer dan we hier in een paar zinnen kunnen beschrijven. Raadpleeg daarom uw adviseur voor uw specifieke situatie. 

Box 3 en formulier OWR 

Is uw totale werkelijke rendement (zoals gedefinieerd door de Hoge Raad) in box 3 lager dan het forfaitaire rendement, dan kunt u mogelijk een beroep doen op de tegenbewijsregeling box 3. Om dat te doen, moet u verplicht gebruikmaken van het formulier  Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR).

De Belastingdienst verstuurt hierover vanaf juli gefaseerd brieven. Neem na ontvangst van deze brief zo snel mogelijk contact op met uw adviseur. De reactietermijn is in sommige gevallen namelijk slechts twaalf weken.

Let op: zoals al een paar keer genoemd, gaat het om het werkelijke rendement zoals geformuleerd door de Hoge Raad. Een van de bijzonderheden is dat kosten (anders dan rentekosten) niet mogen worden afgetrokken. Onder omstandigheden kan het raadzaam zijn hier ook bezwaar tegen aan te tekenen. Verder tellen bij de bepaling van het werkelijke rendement ook de nog niet gerealiseerde waardeveranderingen mee.

Neem voor de beoordeling of u een beroep kunt doen op de tegenbewijsregeling box 3 daarom tijdig contact op met uw adviseur.

Dividend uitkeren? 

Het tarief in box 2 bedraagt in 2025 24,5% tot een box 2-inkomen van € 67.804 (of € 135.608 voor fiscale partners gezamenlijk). Over het meerdere bedraagt het tarief 31%. Het is daarom aantrekkelijker om dividend uit te keren tot € 67.804 (bij fiscale partners € 135.608) dan een hoger bedrag. Ga na welke bedragen aan dividend u de komende jaren wilt uitkeren en houd hierbij rekening met deze tariefverschillen.

Ook is het in 2025 wat uitdagender geworden dan in 2024, want per 1 januari 2025 telt het box 2-inkomen ook mee voor het verzamelinkomen. Dat verzamelinkomen vormt de basis voor heffingskortingen en drempels. Vooral bij lagere inkomens kan een dividenduitkering daardoor effect hebben op onder meer de heffingskortingen.

Anticipeer op btw-herzieningsdiensten vanaf 2026 

Voor investeringen in roerende en onroerende zaken geldt al sinds jaar en dag een btw-herzieningsregeling. Vanaf 2026 gaat er ook een herzieningsregeling gelden voor diensten van minimaal € 30.000 (excl. btw) aan onroerende zaken. Deze investeringsdiensten worden vanaf 2026 gevolgd in het jaar van ingebruikname, plus de vier daaropvolgende jaren. Wijzigt in die periode het gebruik voor btw-belaste of btw-vrijgestelde prestaties, dan wordt de btw-aftrek op de investeringsdienst herzien.

De regeling geldt alleen voor diensten die de onroerende zaak meerjarig dienen, zoals het vernieuwen of onderhouden van onroerende zaken, maar ook voor aan een verbouwing gerelateerde sloopwerkzaamheden. Ook materialen, installaties, machines en werktuigen die opgaan in een dienst en na montage hun zelfstandigheid verliezen, worden gezien als onderdeel van de investeringsdienst.

De regeling geldt voor investeringsdiensten die vanaf 1 januari 2026 in gebruik worden genomen. Neemt u deze diensten nog vóór die datum in gebruik, dan worden ze niet geraakt door de regeling. Merk op dat de genoemde grens van € 30.000 geldt per dienst.

Handhaving op schijnzelfstandigheid 

Het handhavingsmoratorium is voorbij. De Belastingdienst is vanaf 1 januari 2025 weer gaan handhaven op schijnzelfstandigheid. Houd er rekening mee dat er vanaf 2026 ook weer boetes kunnen worden opgelegd, ook wanneer er geen sprake is van opzet of kwade trouw.

Er is sprake van schijnzelfstandigheid als een zelfstandige (zzp’er) volgens de wettelijke regels eigenlijk in dienst is bij een opdrachtgever. Werkt u met zelfstandigen? Controleer dan goed of deze eigenlijk niet bij u in dienst zouden moeten zijn. Welke afspraken heeft u gemaakt, hoe heeft u dit vastgelegd, en sluiten die afspraken ook aan bij de praktijk? Bedenk dat niet de schriftelijk vastgelegde afspraken leidend zijn, maar dat de uitvoering van de werkzaamheden in de praktijk doorslaggevend is.

Benut de vrije ruimte in de WKR 

Binnen de werkkostenregeling betaalt u als werkgever geen belasting zolang u met uw vergoedingen en verstrekkingen aan personeel binnen de vrije ruimte blijft. Deze bedraagt in 2025 2% tot een totale fiscale loonsom van € 400.000, en 1,18% daarboven. Ga na of u nog vrije ruimte over heeft en maak hier gebruik van als u uw personeel extra wilt belonen. Een overschot aan vrije ruimte kunt u namelijk niet meenemen naar 2026.

Bent u dga met een bv, dan kunt u zichzelf op deze manier ook een belastingvrije bonus cadeau doen, voor zover deze bonus aan de gebruikelijkheidstoets voldoet.
Tot een totaalbedrag van € 2.400 per werknemer per jaar gaat de Belastingdienst er in beginsel van uit dat aan de gebruikelijkheidstoets wordt voldaan.

Laat uw herinvesteringstermijn niet verlopen   

Laat de termijn voor in het verleden gevormde herinvesteringsreserves (HIR) niet verlopen. Een HIR die u in 2022 heeft gevormd, moet u in principe vóór 31 december 2025 benutten. Doet u dat niet, dan valt de HIR vrij en bent u daarover belasting verschuldigd.

Anticipeer op 12% extra belasting fossiele personenauto van de zaak 

Het voorstel is dat werkgevers vanaf 1 januari 2027 extra belasting gaan betalen als zij een fossiele personenauto van de zaak (CO₂-uitstoot groter dan nul) voor het eerst aan een werknemer ook voor privégebruik ter beschikking stellen. Het addertje onder het gras bij deze regeling is dat woon-werkverkeer ook als privé wordt aangemerkt. De belasting bedraagt in beginsel 12% van de cataloguswaarde.

Voor personenauto’s die vóór 2027 ter beschikking worden gesteld, gaat de heffing pas in op 17 september 2030. Houd daarom nu al rekening met deze regeling als u overweegt om vóór 2027 nog fossiele personenauto’s voor het eerst ter beschikking te stellen. Bij aanschaf of lease met een langere looptijd kan het aantrekkelijk zijn om al te kiezen voor een emissievrije auto.

De bijtelling voor de auto van de zaak blijft overigens gewoon bestaan. De lagere bijtelling voor auto’s die geen CO₂ uitstoten vervalt echter per 2026. Schaft u nog in 2025 een elektrische auto aan, dan profiteert u nog maximaal vijf jaar van de lage bijtelling. Deze plannen moeten nog worden aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer.

Houd de parlementaire behandeling van het Belastingplan 2026 in de gaten 

Zoals we in recente jaren hebben gezien, kan in de op Prinsjesdag gepresenteerde belastingplannen voor het komende jaar op het laatste moment nog het nodige veranderen. Op 29 oktober 2025 waren de Tweede Kamerverkiezingen. Het Belastingplan 2026 zal dus worden behandeld door een Kamer in nieuwe samenstelling. Wie weet wat dat nog voor gevolgen kan hebben?

Onze adviseur staat voor u klaar in regio