Spring naar content

Handhaving schijnzelfstandigheid vanaf 2026: reguliere controle en boetes keren terug

Vanaf 2026 handhaaft de Belastingdienst weer volledig op schijnzelfstandigheid, inclusief boetes. Lees wat dit voor uw inhuurbeleid betekent en hoe u risico’s voorkomt.
Artikel geschreven door Jolanda Smits – van Meijl

Laatste update: 5 februari 2026

Vanaf 1 januari 2026 vervalt de zachte landing bij de handhaving op schijnzelfstandigheid. Dit betekent dat de controle op schijnzelfstandigheid weer onderdeel wordt van het reguliere werk van de Belastingdienst, zonder voorafgaande waarschuwing. En naast naheffingen kunnen er ook weer boetes opgelegd worden. Wij adviseren opdrachtgevers om nu hun inhuurbeleid en contracten te controleren om naheffingen en boetes te voorkomen. In dit artikel leest u wat er verandert en hoe u zich kunt voorbereiden.

Controle op schijnzelfstandigheid wordt vanaf 2026 weer standaard bij belastingcontroles, inclusief boetes. Bent u voorbereid? Lees hoe u risico’s voorkomt.

Hoe zat het tot nu toe?

Sinds 2016 gold een handhavingsmoratorium voor de loonheffingen bij schijnzelfstandigheid. Dit hield in dat de Belastingdienst niet actief handhaafde op de kwalificatie van arbeidsrelaties, behalve bij kwaadwillendheid. Het doel was om marktpartijen tijd te geven zich aan te passen.

Per 1 januari 2025 is het handhavingsmoratorium opgeheven. De Belastingdienst is begonnen met handhaving, maar met een zachte landing:

  • Geen boetes voor correcties die betrekking hebben op kalenderjaar 2025.
  • Primair risicogericht toezicht op sectoren, zoals de zorg, onderwijs en de bouw.
  • Onderzoek beperkt tot recente tijdvakken zodat het financiële risico in eerste instantie beperkt blijft. Een naheffing met terugwerkende kracht is in beginsel nu beperkt tot kalenderjaar 2025.

Wat is er in 2026 veranderd?

Waar het kabinet in eerste instantie de moties om de zachte landing te verlengen niet zou gaan uitvoeren, is eind 2025 toch besloten tot een gedeeltelijke verlenging van de zogenoemde zachte landing. Als gevolg daarvan wordt in 2026 nog steeds gestart met een bedrijfsbezoek en zullen er geen verzuimboetes worden opgelegd als blijkt dat sprake was van schijnzelfstandigheid. Vergrijpboetes kunnen nog wel worden opgelegd en ook naheffingen blijven volledig mogelijk.

Brede gevolgen van herkwalificatie

Naast de mogelijke gevolgen voor de loonheffingen, kan een herkwalificatie naar een arbeidsovereenkomst discussie oproepen over arbeidsrechtelijke verplichtingen, btw-correcties en het betalen van pensioenpremies. Deze risico’s blijven vaak onderbelicht, maar kunnen grote financiële impact hebben.

Politieke koerswijziging nieuwe coalitie

Op dit moment worden controles uitgevoerd op basis van de huidige wet- en regelgeving en de huidige jurisprudentie waar met name het zogenoemde Deliveroo-arrest richting geeft. Het vorige kabinet heeft echter de Wet VBAR voorgesteld, welke wet het huidige wettelijke kader zou moeten versimpelen. Deze wet zou een codificatie van de rechtspraak zijn.

De beoogde coalitie kiest echter voor een andere aanpak, waarbij het huidige wetsvoorstel opgesplitst gaat worden. Het eerder geïntroduceerde rechtsvermoeden zal blijven bestaan, maar voor de kwalificatie van een arbeidsrelatie wordt een nieuwe Zelfstandigenwet voorgesteld. Of, wanneer en in welke vorm de wet zal worden ingevoerd is nog niet duidelijk.

Rechtspraak: Uber (Hof Amsterdam, 27 januari 2026

Waar de beoogde coalitie werkt aan nieuwe wet- en regelgeving, heeft het Hof Amsterdam op 27 januari 2026 ook uitspraak gedaan in de belangrijke rechtszaak tussen FNV en Uber. Het hof oordeelt, in navolging van de Hoge Raad, dat het externe ondernemerschap van een werkende van belang kan zijn en blijven bij de beoordeling van een arbeidsrelatie. Wat duidelijk volgt uit dit arrest is dat de beoordeling moet plaatsvinden aan de hand van concrete, individuele omstandigheden per casus. Het is dus niet zonder meer mogelijk om generieke beoordelingen te doen zonder individuele omstandigheden mee te wegen.

Wat betekent dit voor u als opdrachtgever?

  • Controleer uw inhuurbeleid: zijn uw overeenkomsten met zzp’ers nog actueel en voldoen ze aan de huidige wet- en regelgeving?
  • Voer een risicoanalyse uit: welke functies en opdrachten lopen het grootste risico op kwalificatie als dienstbetrekking?
  • Documenteer uw keuzes: zorg voor een goed dossier om uw positie te onderbouwen bij een controle.

Sectorgerichte aanpak en extra signalen

Naast de gebruikelijke risicosectoren is onze ervaring dat de Belastingdienst ook kijkt naar de post ‘inhuur derden’ in de aangifte vennootschapsbelasting. Een opvallend hoog bedrag kan leiden tot een bedrijfsgesprek, vaak het begin van een handhavingstraject. De Belastingdienst maakt gebruik van landelijke detectiemodule (TKA) om mogelijke risico’s in de inzet van zzp’ers te identificeren. Signalen worden handmatig geselecteerd, en in 2026 is er extra aandacht voor overheidsorganisaties.

Onze ervaring en advies

Wij merken dat de Belastingdienst steeds actiever optreedt. Een (on)aangekondigd bedrijfsgesprek kan grote gevolgen hebben. Voorkom verrassingen door uw inhuurbeleid en contracten op orde te brengen.

Heeft u vragen of wilt u uw inhuurbeleid laten toetsen? Download onze whitepaper ‘Werken met zelfstandigen – hoe u de risico’s van schijnzelfstandigheid beheerst’ of neem contact met ons op via de contactgegevens hieronder. Wij helpen u graag verder.

Onze adviseur staat voor u klaar in regio
Ook interessant

Gerelateerde Berichten

Blijf op de hoogte dankzij de inzichten van onze specialisten. Lees nieuws en blogs over ‘dienst’ die nieuwe invalshoeken bieden op actuele onderwerpen.