Spring naar content

Hoe berekent de Belastingdienst het fictieve rendement in box 3?

Glazen pot gevuld met gestapelde munten naast een gevouwen document met percentagesymbool op een neutrale achtergrond.

De Belastingdienst berekent de box 3-belasting niet op basis van wat u daadwerkelijk heeft verdiend, maar op basis van een verondersteld rendement. Dit heet het forfaitaire rendement. Uw vermogen wordt verdeeld over vaste categorieën, waaraan vaste rendementspercentages zijn gekoppeld. Het resultaat is het belastbaar voordeel uit sparen en beleggen, waarover u belasting betaalt.

Wat is het fictieve rendement in box 3 en hoe werkt het systeem?

Het fictieve rendement in box 3 is een door de overheid vastgesteld percentage waarmee de Belastingdienst berekent hoeveel rendement u geacht wordt te hebben behaald op uw vermogen. Dit bedrag wordt belast, ongeacht wat u werkelijk heeft verdiend.

Dit systeem bestaat al sinds de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001. De gedachte hierachter was uitvoeringstechnisch: het bijhouden van alle werkelijke rendementen van miljoenen belastingplichtigen zou enorm complex en kostbaar zijn. Door te werken met een forfait kon de Belastingdienst de heffing eenvoudiger en uniformer uitvoeren.

Tot 2017 gold één vast percentage voor het gehele box 3-vermogen. Daarna stapte de wetgever over op een systeem met meerdere categorieën en bijbehorende percentages, om beter aan te sluiten bij de werkelijke rendementen in de markt.

Welke vermogenscategorieën gebruikt de Belastingdienst voor de box 3-berekening?

De Belastingdienst verdeelt uw box 3-vermogen over drie categorieën: banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Elke categorie heeft een eigen forfaitair rendementspercentage, wat de uiteindelijke belastingdruk sterk beïnvloedt.

  • Banktegoeden: spaargeld, betaalrekeningen en deposito’s. Dit percentage wordt jaarlijks achteraf vastgesteld op basis van de gemiddelde spaarrente.
  • Overige bezittingen: beleggingen, aandelen, obligaties, vastgoed (niet de eigen woning) en vorderingen. Voor deze categorie geldt een aanzienlijk hoger forfaitair rendement.
  • Schulden: leningen en andere box 3-schulden. Schulden verlagen de rendementsgrondslag, maar er geldt een drempelbedrag per fiscale partner.

De indeling over deze categorieën is bepalend voor uw belastingdruk. Wie voornamelijk belegt, wordt geconfronteerd met een hoger fictief rendement dan iemand met overwegend spaargeld.

Hoe berekent de Belastingdienst stap voor stap uw fictieve rendement?

De berekening van het fictieve rendement in box 3 verloopt via vaste stappen. Uitgangspunt is altijd de waarde van uw bezittingen en schulden op 1 januari van het belastingjaar.

  1. Bepaal de rendementsgrondslag: tel alle box 3-bezittingen op en trek de box 3-schulden af (na aftrek van het drempelbedrag).
  2. Pas het heffingvrije vermogen toe: het deel van uw vermogen tot het heffingvrije vermogen is vrijgesteld van belasting.
  3. Verdeel het resterende vermogen over de categorieën: banktegoeden en overige bezittingen worden apart ingedeeld op basis van de werkelijke samenstelling van uw vermogen.
  4. Bereken het fictieve rendement per categorie: vermenigvuldig het bedrag per categorie met het bijbehorende forfaitaire percentage.
  5. Tel de rendementen op: de som is uw belastbaar voordeel uit sparen en beleggen, waarover u het box 3-tarief betaalt.

Het belastingtarief in box 3 bedraagt momenteel 36%. Dit tarief wordt toegepast op het berekende voordeel, niet op het vermogen zelf.

Wanneer wijkt het fictieve rendement af van uw werkelijke rendement en wat zijn de gevolgen?

Het fictieve rendement kan hoger uitvallen dan wat u in werkelijkheid heeft behaald. Dit is met name het geval bij beleggers die verlies lijden of bij spaarders in periodes van lage rente. De Hoge Raad oordeelde in het Kerstarrest van december 2021 dat het toenmalige box 3-stelsel in strijd was met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Dit arrest had grote gevolgen. De Belastingdienst moest belastingplichtigen die tijdig bezwaar hadden gemaakt compenseren via rechtsherstel. Voor de jaren daarna geldt overbruggingswetgeving, waarbij de vermogenssamenstelling beter wordt meegewogen.

De rechtsonzekerheid is nog niet volledig voorbij. Er lopen nog procedures over de vraag of ook belastingplichtigen die geen bezwaar maakten recht hebben op herstel. Tegelijkertijd werkt de wetgever aan een nieuw stelsel op basis van de werkelijke vermogensaanwas, dat naar verwachting in 2027 ingaat. Tot die tijd blijft het forfaitaire systeem van kracht, met alle bijbehorende discussies.

Hoe kan Newtone u helpen bij uw box 3-aangifte en fiscale optimalisatie?

Box 3 is op dit moment een van de meest beweeglijke onderdelen van het Nederlandse belastingrecht. Wij begeleiden vermogende particulieren bij het volledig inzichtelijk maken van hun box 3-positie en het benutten van alle mogelijkheden die de wet biedt.

Wat wij voor u kunnen doen:

  • Analyse van uw vermogenssamenstelling en de impact op uw box 3-belasting
  • Beoordeling of u in aanmerking komt voor bezwaar of rechtsherstel
  • Advies over de optimale structurering van uw vermogen binnen de wettelijke kaders
  • Begeleiding bij uw aangifte inkomstenbelasting, inclusief box 3
  • Vooruitblik op de gevolgen van de komende vermogensaanwasbelasting voor uw situatie

Wilt u weten of u te veel box 3-belasting betaalt of hoe u uw vermogenspositie fiscaal kunt verbeteren? Neem contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek over uw box 3.

Gerelateerde artikelen