Spring naar content

Belastingplan 2026: dit verandert er voor u

Belastingplan 2026
Op Prinsjesdag heeft het kabinet het Belastingplan 2026 gepresenteerd. Veel van deze plannen waren eerder al aangekondigd, maar nu is duidelijk hoe deze concreet worden uitgewerkt. Het gaat om wijzigingen in tarieven, schijven en diverse regelingen voor zowel particulieren als ondernemers. Onderstaand treft u de belangrijkste punten.

1. Aanpassing schijven, tarieven en kortingen

Vanaf 1 januari 2026 wijzigen de hoogte en de tarieven van de eerste en de tweede schijf in box 1.

Tarief inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen 2026: 

Belastbaar inkomen meer dan (€)  

Maar niet meer dan (€)  

Tarief 2026 (%)  

Eerste schijf

 –

38.883

35,7

Tweede schijf

38.883

79.137

37,56

Derde schijf

79.137

49,5

 

De verlaging van het box 1-tarief betekent ook dat de aftrekposten in box 1 tegen het tarief van 37,56% in aftrek worden gebracht. Denk aan de renteaftrek eigen woning en de mkb-winstvrijstelling.

Diverse heffingskortingen worden verhoogd. De zelfstandigenaftrek daalt echter fors van € 2.470 (2025) naar € 1.200 (2026).

De tarieven en schijven in de vennootschapsbelasting blijven ongewijzigd. Winst tot en met € 200.000 wordt belast tegen 19%. Het bedrag daarboven tegen 25,8%.

De tarieven in box 2 blijven in 2026 gelijk. Wel worden de schijven geïndexeerd. De eerste schijf stijgt van € 67.804 (2025) naar € 68.843 (2026) en wordt belast tegen 24,5%. Het bedrag daarboven valt in de tweede schijf en wordt belast tegen 31%. Fiscaal partners mogen beiden de eerste schijf toepassen.

2. Invoering van 12% pseudo-eindheffing op fossiele personenauto’s

Vanaf 1 januari 2027 geldt een pseudo-eindheffing van 12% over de cataloguswaarde (bij auto’s ouder dan 25 jaar: de marktwaarde) van iedere fossiele personenauto die een werkgever ook privé beschikbaar stelt. Woon-werkverkeer telt daarbij als privégebruik. Volledig elektrische personenauto’s en personenauto’s die uitsluitend zakelijk worden gebruikt, vallen buiten de regeling. Tot 17 september 2030 is geen pseudo-eindheffing verschuldigd over personenauto’s die voor 1 januari 2027 aan werknemers ter beschikking zijn gesteld.

De werkgever betaalt de pseudo-eindheffing en mag deze niet doorbelasten aan de werknemer. De eigen bijdrage van de werknemer telt niet mee voor de bepaling van de pseudo-eindheffing.

De pseudo-eindheffing wordt per kalendermaand berekend. De heffing mag maandelijks worden voldaan, maar moet uiterlijk in het tweede tijdvak van het volgende jaar afgedragen worden.

3. Verlaging overdrachtsbelasting voor niet-hoofdverblijfwoningen

Per 1 januari 2026 geldt een lager tarief van 8% (2025; 10,4%) in de overdrachtsbelasting voor woningen die niet als hoofdverblijf worden gebruikt.

Tariefstructuur vanaf 2026:

  • 0%: Startersvrijstelling (onder voorwaarden)
  • 2%: Voor woningen die door de koper zelf als hoofdverblijf worden gebruikt
  • 8%: Voor woningen die niet als hoofdverblijf worden gebruikt (zoals beleggingen, verhuur of recreatie)
  • 10,4%: Voor niet-woningen, zoals bedrijfspanden en kantoren

4. Aanpassingen box 3

Vanaf 2026 worden aan aantal aanpassingen doorgevoerd in de huidige box 3-regeling. Het is de bedoeling om vanaf 1 januari 2028 een nieuw stelsel in te voeren. Hieronder de belangrijkste punten per 1 januari 2026:

  • Het forfaitair rendement voor overige bezittingen stijgt van 5,88% naar 7,78%
  • Het heffingsvrij vermogen daalt van € 57.684 naar € 51.396 per belastingplichtige
  • De fiscale stimulans voor groen beleggen wordt afgebouwd
  • De leegwaarderatio mag niet meer worden toegepast als de huurprijs niet marktconform is, zoals bijvoorbeeld bij verhuur aan familieleden
  • De waarde van een verhuurde woning mag worden opgenomen voor de marktwaarde als deze 10% of meer afwijkt van de waarde volgens de leegwaarderatio (dit geldt ook voor de schenk- en erfbelasting).

5. Aanpassingen erf- en schenkbelasting

Binnen de erf- en schenkbelasting zijn een aantal aanpassingen voorgesteld:

  • Schenkingen binnen 180 dagen voor overlijden worden vanaf 1 januari 2026 enkel via de erfbelasting belast. Nu moet zowel een aangifte schenk- als erfbelasting worden gedaan.
  • Bij huwelijkse voorwaarden met ongelijke breukdelen (bijvoorbeeld 90/10) wordt alles boven de 50% belast met erf- of schenkbelasting. Huwelijkse voorwaarden gesloten vóór 16 september 2025, 16.00 uur blijven buiten deze maatregel, tenzij ze later worden aangepast.
  • De termijn voor het indienen van de aangifte erfbelasting wordt verlengd van 8 naar 20 maanden na overlijden. Belastingrente gaat pas lopen vanaf de 21e

6. Bedrijfsopvolgingsregeling

Eind 2024 zijn diverse wetswijzigingen in de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en doorschuifregeling (DSR) aangenomen die per 1 januari 2026 in werking treden. Deze wijzigingen zijn bedoeld om de regelingen beter te richten op echte ondernemingen en om constructies en misbruik tegen te gaan. Het doel van de BOR en de DSR is om bij reële bedrijfsoverdrachten te voorkomen dat de continuïteit van de onderneming in gevaar komt door de belastingdruk.

Wat verandert er in de bedrijfsopvolgingsregeling en doorschuifregeling per 2026?

  • De regelingen gelden nog uitsluitend voor gewone aandelen met een belang van minimaal 5%. Opties en winstbewijzen vallen buiten de regelingen.
  • Het begrip preferente aandelen is uitgebreid: aandelen met een wezenlijke voorrang op winst of liquidatieopbrengsten worden als preferent gezien. Ten aanzien van preferente aandelen gelden de BOR en de DSR niet (behoudens uitzonderingen).
  • De regels rondom herstructureringen tijdens de bezits- en voortzettingstermijn worden versoepeld.
  • Voor schenkers wordt de bezitstermijn van vijf jaar verlengd. Is de schenker bij overdracht zes jaar (of meer) ouder dan de AOW-leeftijd? Dan telt elk extra jaar voor zes maanden extra bezitstermijn.
  • Voor erflaters wordt de bezitstermijn van één jaar verlengd. Is de erflater bij overlijden meer dan twee jaar ouder dan de AOW-leeftijd? Dan komt er per extra jaar zes maanden bij.
  • De (onbedoelde) dubbele BOR wordt beperkt: u mag de bedrijfsopvolgingsregeling nog slechts één keer toepassen op dezelfde ondernemingen. Schenken, terugkopen en opnieuw schenken is dus niet meer mogelijk.
  • Vanaf 2026 tellen ook schulden mee die horen bij het ter beschikking gestelde onroerend goed. Hiermee wordt een eerdere omissie in de regeling hersteld.

 7. BTW-herziening op kostbare diensten

Voor investeringen in roerende en onroerende investeringsgoederen geldt op dit moment al een btw-herzieningsregeling. Door deze regeling wordt het gebruik van roerende investeringsgoederen gedurende vier jaar na het jaar van ingebruikname gevolgd. Voor onroerende investeringsgoederen bedraagt deze termijn negen jaar. Als gedurende die periode het gebruik van het investeringsgoed voor btw-belaste en/of btw-vrijgestelde prestaties (deels) wijzigt, kan dit gevolgen hebben voor de btw-aftrek. De eerder in aftrek gebrachte btw kan dan worden herzien.

Diensten, zoals schilderwerk, architectkosten en verbouwingswerkzaamheden vallen daar nu nog buiten. Per 1 januari 2026 wordt deze regeling uitgebreid naar kostbare diensten aan onroerende zaken. De herzieningstermijn is vijf jaar en er geldt een drempel van € 30.000 (exclusief btw).

8. Versobering 30%-regeling en ETK voor expats

De 30%-regeling biedt werkgevers de mogelijkheid om bepaalde kosten die werknemers maken bij tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst onbelast te vergoeden. Er bestaat een gerichte vrijstelling voor extraterritoriale kosten (ETK) en de tegemoetkoming uit het besluit. Indien u kiest voor het forfait moet u vooraf een beschikking aanvragen bij de Belastingdienst. U kunt dan vervolgens als werkgever (maximaal) 30% van het loon onbelast vergoeden zonder dat u de kosten daadwerkelijk aan moet tonen. Dit percentage wordt per 1 januari 2027 verlaagd naar 27%. Voor reeds lopende regelingen geldt overgangsrecht.

In het Belastingplan 2026 wordt de ETK versoberd. Vanaf 1 januari 2026 worden twee kostensoorten uitgesloten, namelijk extra kosten van levensonderhoud, waaronder gas, water, licht en nutsvoorzieningen en extra gesprekskosten voor privédoeleinden met het land van herkomst. Deze versobering geldt alleen voor ingekomen werknemers die tijdelijk in Nederland werken en niet onder de forfaitaire regeling vallen.

Voor ondernemingen betekent dit dat zij vanaf 2026 de genoemde kosten niet langer onbelast mogen vergoeden aan buitenlandse werknemers die tijdelijk in Nederland werkzaam zijn. Dit kan leiden tot een lager nettoloon voor deze werknemers en mogelijk tot een verminderde aantrekkelijkheid van Nederland als werkland. De gemiddelde daling van het nettoloon wordt geschat op € 85 over een werkperiode van 18 weken (€ 20 per maand). De versobering geldt niet voor uitgezonden werknemers; voor deze groep wordt nog nader onderzoek gedaan.

9. Wijziging belastingheffing bij lucratieve belangen

De lucratiefbelangregeling belast vermogensrechten die een manager krijgt als beloning voor werkzaamheden. De regeling geldt wanneer de vermogensrechten worden verkregen onder voorwaarden die niet voor derden gelden. Denk aan aandelen, vorderingen of andere rechten die met een relatief lage investering een hoog rendement opleveren. Deze voordelen tellen als beloning en vallen in box 1. Het tarief is maximaal 49,5%.

Vanaf 2026 wil het kabinet belastingontwijking via lucratieve belangen aanpakken. In de praktijk gebeurt dit vaak via een bv in box 2. Nu betaalt u daar slechts 24,5% tot 31% belasting over, mits 95% van het inkomen in hetzelfde jaar wordt uitgekeerd aan de aandeelhouder (de zogeheten doorstootregeling). Per 1 januari 2026 stijgt de belastingdruk naar maximaal 36% via een multiplier op het box 2-inkomen.

Een tweede wijziging geldt bij het ontstaan van een aanmerkelijk belang: dit leidt tot een sfeerovergang. Daarbij telt de originele verkrijgingsprijs van het lucratieve belang. Het wetsvoorstel bepaalt dat de waarde die verschuift van box 3 naar box 2, ook wordt belast in box 1 als resultaat uit overige werkzaamheden. Zo blijft de tussentijdse waardestijging van het lucratieve belang niet langer buiten de hogere belastingheffing gehouden. Voor rechtstreeks gehouden belangen verandert de belastingdruk niet.

Prinsjesdagspecial

Lees het uitgebreide belastingplan 2026 in onze gratis special.

Meer informatie

Heeft u vragen over wat deze plannen concreet voor u betekenen, of wilt u advies over uw persoonlijke of zakelijke situatie? Neem dan gerust contact op met uw adviseur. Samen bekijken we welke gevolgen het Belastingplan 2026 voor u heeft en welke stappen u het beste kunt zetten.

Onze adviseur staat voor u klaar in regio