Wat zijn de risico’s van schijnzelfstandigheid voor opdrachtgevers?
Werken met zzp’ers biedt flexibiliteit, maar brengt ook verantwoordelijkheden met zich mee. Schijnzelfstandigheid ontstaat wanneer een zelfstandige feitelijk als werknemer functioneert, zonder dat daar een arbeidsovereenkomst aan ten grondslag ligt. Voor opdrachtgevers kan dit leiden tot naheffingen, boetes en arbeidsrechtelijke claims. In dit artikel lees je wanneer er sprake is van schijnzelfstandigheid, welke risico’s je loopt en hoe je die voorkomt.
Wat is schijnzelfstandigheid en wanneer is er sprake van?
Er is sprake van schijnzelfstandigheid wanneer een zzp’er op papier als zelfstandige werkt, maar de samenwerking in de praktijk alle kenmerken heeft van een dienstverband. De Belastingdienst beoordeelt arbeidsrelaties aan de hand van drie criteria: persoonlijke arbeid (de opdrachtnemer voert het werk zelf uit), loon (er is een vergoeding voor de arbeid) en gezag (de opdrachtgever bepaalt hoe het werk wordt uitgevoerd).
Zijn alle drie de elementen aanwezig, dan kan de Belastingdienst de relatie aanmerken als een arbeidsovereenkomst, ongeacht wat er in het contract staat. De Wet DBA (Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties) legt de verantwoordelijkheid voor een correcte kwalificatie van de arbeidsrelatie uitdrukkelijk bij zowel opdrachtgever als opdrachtnemer. Sinds de handhaving per 1 januari 2025 is hervat, is waakzaamheid op dit punt geen luxe meer.
Welke financiële en juridische risico’s lopen opdrachtgevers bij schijnzelfstandigheid?
De risico’s voor opdrachtgevers zijn concreet en kunnen fors oplopen. Als de Belastingdienst een arbeidsrelatie als dienstverband kwalificeert, kunnen de volgende gevolgen optreden:
- Naheffingen loonheffingen over de vergoedingen die zijn betaald aan de zzp’er
- Boetes bij opzet of grove nalatigheid, met terugwerkende kracht tot maximaal vijf jaar
- Aansprakelijkheid voor niet-afgedragen sociale premies en pensioenbijdragen
- Arbeidsrechtelijke claims, zoals loondoorbetaling bij ziekte op basis van artikel 7:629 BW
- Reputatieschade bij publieke bekendmaking van handhavingsmaatregelen
Wat de situatie extra kwetsbaar maakt, is dat de beoordeling achteraf plaatsvindt. De financiële gevolgen kunnen zich opstapelen over een langere periode, terwijl de samenwerking al lang is beëindigd.
Hoe beoordeelt de Belastingdienst of er sprake is van schijnzelfstandigheid?
De Belastingdienst kijkt niet alleen naar de contracttekst, maar vooral naar de feitelijke uitvoering van de samenwerking. Relevante toetsingscriteria zijn onder meer de gezagsverhouding (geeft de opdrachtgever aanwijzingen over hoe en wanneer het werk wordt gedaan?), de mate van integratie in de organisatie, exclusiviteit van de opdracht en het ondernemersrisico dat de zzp’er draagt.
Een praktisch hulpmiddel is de webmodule beoordeling arbeidsrelaties van de Belastingdienst. Door een reeks vragen te beantwoorden over de concrete samenwerking, krijg je een indicatie of de relatie als dienstverband kan worden aangemerkt. Let op: de uitkomst van de webmodule is niet bindend, maar geeft wel een nuttig richtpunt bij de beoordeling van bestaande of nieuwe samenwerkingen.
Welke maatregelen kunnen opdrachtgevers nemen om schijnzelfstandigheid te voorkomen?
Voorkomen is beter dan achteraf corrigeren. Er zijn concrete stappen die opdrachtgevers kunnen zetten om het risico op schijnzelfstandigheid te beheersen:
- Werk met goedgekeurde modelovereenkomsten van de Belastingdienst, maar zorg dat de praktijk ook daadwerkelijk overeenkomt met wat er op papier staat
- Geef de zzp’er echte vrijheid in de uitvoering van het werk: geen vaste werktijden, geen instructies over de werkwijze
- Documenteer het ondernemerschap van de zzp’er, zoals andere opdrachtgevers, eigen bedrijfsmiddelen en het dragen van financieel risico
- Toets bestaande contracten periodiek, zeker bij langdurige of exclusieve samenwerkingen
- Wees alert op situaties waarin een zzp’er hetzelfde werk doet als vaste medewerkers, onder dezelfde aansturing
De kern is dat de feitelijke samenwerking moet kloppen, niet alleen het contract. Een goed opgestelde overeenkomst biedt geen bescherming als de dagelijkse praktijk een ander beeld laat zien.
Hoe helpt Newtone opdrachtgevers bij het beheersen van schijnzelfstandigheidsrisico’s?
Wij ondersteunen opdrachtgevers bij het beoordelen en structureren van arbeidsrelaties met zzp’ers, van de eerste contractcheck tot en met begeleiding bij een traject met de Belastingdienst. Onze aanpak is multidisciplinair: fiscalisten, juristen en HR-specialisten werken samen om de risico’s van schijnzelfstandigheid in kaart te brengen en praktisch te beheersen.
Concreet helpen wij met:
- Arbeidsrelatietoets: beoordeling van bestaande en nieuwe samenwerkingen op het risico van schijnzelfstandigheid
- Contractbeoordeling en -optimalisatie: toetsing van overeenkomsten aan de actuele wet- en regelgeving
- Begeleiding bij Belastingdiensttrajecten: ondersteuning bij boekenonderzoeken, bezwaar en overleg met de fiscus
- Preventief advies: inrichting van de samenwerking zodat deze aansluit bij de feitelijke en juridische werkelijkheid
Wil je weten hoe jouw organisatie er nu voor staat? Neem contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek over jouw situatie. Samen brengen we de risico’s in kaart en zorgen we ervoor dat jouw samenwerking met zzp’ers op een solide basis rust.
Ook interessant
Gerelateerde Berichten
Blijf op de hoogte dankzij de inzichten van onze specialisten. Lees nieuws en blogs over ‘dienst’ die nieuwe invalshoeken bieden op actuele onderwerpen.