Spring naar content

Stand van zaken voorziening groot onderhoud

huis
Artikel geschreven door Andor Valkenburg

Dit artikel is voor het laatst aangepast op 30 juli 2026.

In 2020 heeft de Staatssecretaris van Financiën een besluit [1] uitgebracht met een nadere invulling van de voorwaarden voor de vorming van een fiscale onderhoudsvoorziening. Recente jurisprudentie van Rechtbank Zeeland-West-Brabant[2] en Hof ‘s-Hertogenbosch[3] wijst er echter op dat met name het in het besluit nader toegelichte piekvereiste piekvereiste niet uit het Baksteenarrest[4] voortvloeit. Hierdoor bestaat thans spanning tussen het formele beleidsstandpunt van de Staatssecretaris en de actuele stand van de rechtspraak. Het is nog wachten op het oordeel van de Hoge Raad.

Voorziening voor groot onderhoud

De fiscale vorming van een voorziening voor groot onderhoud wordt beheerst door de criteria uit het zogenoemde Baksteenarrest. Voor voorzieningsvorming is vereist dat (i) de toekomstige uitgaven hun oorsprong vinden in feiten en omstandigheden die zich vóór balansdatum hebben voorgedaan, (ii) de uitgaven aan de periode vóór balansdatum kunnen worden toegerekend en (iii) op balansdatum een redelijke mate van zekerheid bestaat dat de uitgaven zich zullen voordoen. Deze uitgangspunten zijn nog steeds leidend voor de toepassing van goed koopmansgebruik.

Besluit van 26 februari 2020

In het Besluit van 26 februari 2020 heeft de Staatssecretaris een aanvullende invulling gegeven aan de voorwaarden voor een onderhoudsvoorziening. Daarbij wordt onder meer uitgegaan van een zogenoemde rechtvaardigingsgrond, inhoudende dat de toekomstige onderhoudsuitgaven naar verwachting en verhoudingsgewijs aanzienlijk moeten zijn (het piekvereiste). Voor vastgoedportefeuilles zou volgens het beleid bovendien op het niveau van de gehele portefeuille moeten worden beoordeeld of aan deze rechtvaardigingsgrond wordt voldaan. Daarnaast wordt veel belang gehecht aan een voldoende gedetailleerde en controleerbare onderhoudsbegroting.

Recente jurisprudentie

De juridische houdbaarheid van deze aanvullende beleidsvoorwaarden staat inmiddels echter ter discussie. In recente rechtspraak hebben zowel Rechtbank Zeeland-West-Brabant als Hof ‘s-Hertogenbosch geoordeeld dat een afzonderlijk piekvereiste niet uit het Baksteenarrest voortvloeit. Daarmee wordt afstand genomen van de gedachte dat een voorziening slechts mogelijk zou zijn indien sprake is van relatief grote toekomstige onderhoudspieken
De casus ligt op dit moment bij de Hoge Raad. Hierdoor bestaat op dit moment (nog) spanning tussen enerzijds het formeel nog geldende beleid van de Staatssecretaris en anderzijds de recente jurisprudentie.

Huidige mogelijkheden

Op basis van de huidige jurisprudentie kan worden verdedigd dat een voorziening voor groot onderhoud niet reeds moet worden afgewezen wegens het ontbreken van een onderhoudspiek op ondernemings- of portefeuilleniveau. Wel blijven een gedegen meerjarenonderhoudsplan, een voldoende specifieke kostenbegroting en een onderbouwing van de oorsprongs-, toerekenings- en zekerheidseis essentieel voor de fiscale aanvaardbaarheid van de voorziening.

Voor belastingplichtigen met vastgoedportefeuilles is het verdedigbaar een voorziening groot onderhoud te vormen indien aan de drie Baksteencriteria wordt voldaan en de toekomstige onderhoudsuitgaven voldoende concreet en controleerbaar zijn onderbouwd. Het door de staatssecretaris voorgestane piekvereiste kan daarbij gemotiveerd worden bestreden onder verwijzing naar de recente rechtspraak. Zolang de Hoge Raad nog geen definitief oordeel heeft gegeven, blijft op dit punt echter sprake van fiscale onzekerheid en de kans is groot dat de Belastingdienst vooralsnog de lijn van het Besluit volgt.

Ten slotte

Indien uw onderneming het voornemen heeft om een voorziening groot onderhoud te vormen of een dergelijke voorziening reeds door uw onderneming is gevormd en u nader geïnformeerd wilt worden over de huidige stand van zaken, adviseren wij contact op te nemen met één van onze fiscale adviseurs.

 

[1] Besluit van 26 februari 2020, nr. 2019-129344,

[2] Rb. Zeeland-West-Brabant 9 maart 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:1479

[3] Hof ‘s-Hertogenbosch 24 december 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:3707

[4] HR 26 augustus 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2555 (Baksteenarrest)

Onze adviseur staat voor u klaar in regio