Mobiliteitskosten onder druk. Wat kunt u doen?
Al enige tijd stijgen de fossiele brandstofkosten, dit is voor werknemers met een eigen auto vervelend. Voor leaseauto’s betaalt de werkgever de rekening. Ook door de stijgende wegenbelasting en de aangekondigde pseudo-eindheffing voor fossiele auto’s (zie hierover ons artikel over het Belastingplan 2026) nemen de mobiliteitskosten sterk toe. Voor werkgevers is dit hét moment om het mobiliteitsbeleid kritisch tegen het licht te houden.
Welke mobiliteitsmogelijkheden zijn er?
Werkgevers kunnen kiezen uit verschillende manieren om de mobiliteit van hun werknemers te faciliteren, zoals een reiskostenvergoeding, een leaseauto, een mobiliteitsvergoeding of steeds populairdere duurzame alternatieven. Naast de aangekondigde pseudo-eindheffing voor fossiele auto’s is recent ook een steunmaatregel aangekondigd als compensatie voor de hoge brandstofkosten. De pseudo-eindheffing zal de kosten voor het gebruik van fossiele auto’s verhogen, terwijl de steunmaatregel bedoeld is om werknemers te compenseren voor de stijgende brandstofprijzen.
Onbelaste reiskostenvergoeding van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer
Op 20 april 2026 is aangekondigd dat de onbelaste reiskostenvergoeding met 2 cent omhoog gaat. Deze steunmaatregel geldt met terugwerkende kracht voor heel 2026. Dat klinkt als goed nieuws, maar als de werkgever hier gebruik van maakt, komen deze kosten voor zijn rekening. Dit betekent in de praktijk een directe kostenstijging voor de werkgever. Er kan op een alternatieve manier gebruik worden gemaakt van deze regeling, in de vorm van een cafetariaregeling (fiscale uitruil van bruto loon naar netto loon). Met de juiste vastlegging en voorwaarden kan een werkgever het voordeel hiermee aan de werknemer geven, zonder dat dit de werkgever extra geld kost. Dit is ook interessant als een werkgever minder dan € 0,23 per kilometer vergoedt.
Andere aangekondigde maatregelen in het kader van de energiemaatregelen zijn onder andere de verlaging van de motorrijtuigenbelasting met 50% voor bestelauto’s en voor vrachtauto’s naar het nihiltarief (van 1 juli tot en met het einde van het jaar).
OV-abonnementen
Voor werknemers die regelmatig met het openbaar vervoer (kunnen) reizen, kan een (zakelijk) ov-abonnement een efficiënte oplossing zijn. Een OV-abonnement kan vaak onbelast worden verstrekt, mits aan de voorwaarden wordt voldaan. Zeker als werknemers in de trein kunnen werken, is dit een interessante optie.
Deelauto-abonnementen
Als werkgever is het mogelijk om de kosten te dragen voor deelauto’s. De werkgever kan een ‘poolauto’ aanschaffen, maar dan is de werkgever verantwoordelijk voor een sluitende rittenadministratie. Commerciële partijen bieden deelauto’s aan met in veel gevallen een rittenregistratie, zodat geen sprake is van een bijtelling. Een ander voordeel is dat deze auto’s door vele mensen gedeeld worden waardoor de kosten bij beperkt gebruik vaak lager zijn. Als deze deelauto alleen voor zakelijke ritten (via de werkgever) geboekt wordt, kunnen deze kosten door de werkgever gedragen worden. Het is ook mogelijk dat de werknemer privé een abonnement afsluit en de mobiliteitsvergoeding gebruikt om deze kosten te dekken. Voor zover sprake is van zakelijke reiskosten of woon-werkverkeer, kan de onbelaste reiskostenvergoeding (€ 0,25 per kilometer in 2026) worden gebruikt om de vergoeding deels netto te ontvangen.
Fietsregeling (inclusief e-bike)
Een fiets kan ter beschikking gesteld worden, bijvoorbeeld vanuit het mobiliteitsbudget. Er geldt dan een bijtelling van 7% over de waarde van de fiets. De fiets kan ook fiscaal aantrekkelijk worden verstrekt via de werkkostenregeling (WKR). Werkgevers spelen hiermee in op duurzaamheid, en tegelijkertijd ook op vitaliteit. Zeker voor kortere woon-werkafstanden is dit een interessant alternatief.
Scooter of lichte elektrische voertuigen
Voor middellange afstanden kunnen scooters of lichte elektrische voertuigen een praktisch alternatief vormen. Voor een motor of scooter geldt geen vaste bijtelling, maar loon in natura op basis van de werkelijke prijs per privékilometer. Ook het parkeren is in veel gevallen eenvoudiger en goedkoper.
Een elektrische auto
In plaats van een (fossiele) brandstof leaseauto, kan een mobiliteitsbudget worden ingezet voor een elektrische auto. Dit voorkomt de pseudo-eindheffing. In 2026 kan nog gebruik worden gemaakt van een bijtelling van 18% over de eerste € 30.000 van cataloguswaarde (daarboven geldt een bijtelling van 22%).
Niets doen is geen optie
De combinatie van oplopende brandstofkosten en fiscale aandachtspunten onderstreept dat mobiliteit om actief beleid vraagt. Voor veel werkgevers liggen er kansen om:
- kosten te beheersen;
- fiscale risico’s te beperken;
- én aantrekkelijker werkgeverschap te bieden
De vraag is of uw huidige beleid nog aansluit bij de realiteit van vandaag: hybride werken, dure brandstof en fiscale stimulans op elektrisch rijden. Het is verstandig om uw huidige autoregeling, vergoedingen en aandachtspunten (inclusief pseudo‑eindheffing) te evalueren, zodat dit kan worden vertaald naar een concreet, flexibel en toekomstbestendig mobiliteitspakket. Zo houdt u grip op kosten, beperkt u fiscale risico’s en verhoogt u de medewerkerstevredenheid. Wij denken graag met u mee.
Ook interessant
Gerelateerde Berichten
Blijf op de hoogte dankzij de inzichten van onze specialisten. Lees nieuws en blogs over ‘dienst’ die nieuwe invalshoeken bieden op actuele onderwerpen.