Q&A Pseudo-eindheffing op de auto van de zaak
This article is also available in English.
Deze Q&A is opgesteld op basis van de stand van de wetgeving per 23 juni 2026.
Werkgevers die op 1 januari 2027 een personenauto ter beschikking stellen die (deels) rijdt op een fossiele brandstof, zijn verplicht om een pseudo-eindheffing te betalen. Deze werkgeversheffing past binnen het bredere beleid om het gebruik van emissievrije auto’s te stimuleren. De maatregel richt zich daarom uitsluitend op personenauto’s die (deels) rijden op fossiele brandstoffen en door de werkgever aan werknemers ter beschikking worden gesteld.
De pseudo-eindheffing is verschuldigd door de werkgever en bedraagt 12% van de catalogusprijs (inclusief btw en bpm) van de auto. Het betreft een eindheffing binnen de loonheffingen en staat los van de reguliere bijtelling.
Om de wetgeving omtrent de pseudo-eindheffing uit te leggen, gaan wij hieronder in op een aantal veelvoorkomende vragen.
FAQ
De pseudo-eindheffing geldt voor alle auto’s die na 1 januari 2027 aan een werknemer ter beschikking worden gesteld. Het moment van terbeschikkingstelling is daarbij bepalend. De overgangsregeling loop tot en met 31 december 2030.
Daarbij is wel van belang dat het overgangsrecht uitsluitend geldt zolang de auto bij dezelfde werkgever in gebruik blijft. Wanneer een werknemer van werkgever wisselt en de auto bij een andere werkgever terechtkomt, vervalt het overgangsrecht. Dit kan ook binnen concern- of groepsstructuren relevant zijn.
De eindheffing is 12% van de cataloguswaarde (bij auto’s ouder dan 25 jaar 12% van de waarde in het economisch verkeer). Bijvoorbeeld een fossiele brandstof auto met een cataloguswaarde van € 50.000, kost 12% zijnde € 6.000 pseudo-eindheffing per jaar (€ 500 per maand). Deze wordt door de werkgever in de loonheffingen aangegeven als eindheffing (dus niet op naam van de werknemer). De werkgever kan ervoor kiezen de pseudo-eindheffing maandelijks in de aangifte loonheffingen op te nemen. De verschuldigde pseudo-eindheffing over een jaar dient uiterlijk binnen 2 tijdvakken na het einde van het kalenderjaar te worden afgedragen. Het is daarmee niet verplicht om de pseudo-eindheffing per maand te voldoen, dit mag ook per kalenderjaar.
Nee, de pseudo-eindheffing komt volledig voor rekening van de werkgever. Het is wettelijk verboden om deze heffing, direct of indirect, te verhalen op de werknemer. Dit betekent dat een auto die (gedeeltelijk) op fossiele brandstof rijdt vanaf 2027 fors duurder wordt voor de werkgever (tenzij sprake is van de overgangsregeling).
De heffing is van toepassing vanaf 1 januari 2027 op personenauto’s die door de werkgever ter beschikking worden gesteld en (deels) rijden op fossiele brandstoffen. Volledig elektrische auto’s en waterstofauto’s vallen buiten deze regeling. Er geldt een overgangsregeling voor auto’s die reeds voor 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld, mits zij voldoen aan de voorwaarden.
Nee, de pseudo-eindheffing geldt niet als de fossiele personenauto uitsluitend in het kader van de bedrijfsvoering ter beschikking wordt gesteld, dus alleen voor zakelijke ritten en niet voor privégebruik of woon-werkverkeer. Dit moet blijken uit een sluitende rittenregistratie en een strikt gecontroleerd verbod op privégebruik door de werkgever. Auto’s met een verklaring geen privégebruik die wel voor woon-werk gebruikt worden of waar minder dan 500 kilometer privé mee gereden wordt, vallen dus wel onder deze pseudo-eindheffing.
Nee, de pseudo-eindheffing ziet enkel op personenauto’s. Ander soort voertuigen, zoals bijvoorbeeld de bestelbus, blijven daarmee buiten beschouwing.
Nee, voor rijscholen is een uitzondering gemaakt. Lesauto’s die rijden op fossiele brandstof zijn uitgesloten op de pseudo-eindheffing.
Nee, de pseudo-eindheffing is niet van toepassing op IB-ondernemers, zoals zzp’ers en eenmanszaken. De maatregel geldt uitsluitend voor werkgevers die loonheffingen verschuldigd zijn.
Ja, er zijn hiervoor geen uitzonderingen gemaakt. De pseudo-eindheffing geldt voor iedere werkgever die verplicht is loonheffingen af te dragen, ongeacht omvang of vestigingsplaats.
Ja, voor de pseudo-eindheffing maakt het niet uit of de werknemer inwoner is van Nederland of niet. Het maakt daarbij ook niet uit of het een Nederlandse auto is of niet. De pseudo-eindheffing is van toepassing zodra sprake is van een personenauto die (deels) rijdt op fossiele brandstof en ter beschikking zijn gesteld door een werkgever die verplicht is loonheffingen in Nederland af te dragen.
De pseudo-eindheffing wordt niet tijdsevenredig per dag berekend, maar per maand. Iedere maand waarin een (deels) fossiele personenauto ter beschikking wordt gesteld voor privégebruik, geldt volledig als heffingsmaand. Dit betekent dat het niet relevant is hoeveel dagen in een maand de werknemer daadwerkelijk over de auto beschikt. Ook als de auto slecht een korte periode in de maand ter beschikking staat, is over die maand pseudo-eindheffing verschuldigd.
Wanneer een auto binnen één maand aan meerdere werknemers ter beschikking wordt gesteld, wordt de pseudo-eindheffing desondanks slechts éénmaal per auto per maand bepaald. Het aantal werknemers dat van de auto gebruikmaakt, is daarbij niet van belang. Per maand moet worden bepaald of de auto ter beschikking staat aan één of meerdere werknemers van de werkgever. Een wisseling van werknemer is hierbij niet van belang. Voorwaarde is wel dat het steeds gaat om dezelfde auto die door dezelfde werkgever ter beschikking wordt gesteld.
De pseudo-eindheffing is in principe niet van toepassing op tijdelijk vervangend vervoer. Wanneer de werknemer tijdelijk vervangend vervoer heeft in plaats van de ‘vaste’ auto, vanwege schade, reparatie, onderhoud of bandenwissel wordt de vervangende auto uitgesloten van de pseudo-eindheffing. Deze uitzondering geldt voor een periode van maximaal 14 aaneengesloten kalenderdagen. Dit voorkomt dat de werkgever pseudo-eindheffing verschuldigd is wanneer het vervangend vervoer op fossiele brandstof rijdt.
Nee, als een werknemer naast een Nederlandse werkgever ook in het buitenland werkt is de pseudo-eindheffing nog steeds verschuldigd over de ter beschikking gestelde auto. De pseudo-eindheffing zal pro-rata worden toegerekend aan Nederlandse werkdagen.
Of er sprake is van een ter beschikkingstelling wordt per werkgever bepaald. Binnen de loonheffingen kan de werkgever niet een groep of concern zijn. Werknemers zijn in dienst van één formele werkgever binnen de groep of concern. Stel dat een werknemer binnen concern wisselt van werkgever, dan is daarmee sprake van een nieuwe terbeschikkingstelling.
Het is daarom bij wisseling van werkgever binnen een groep raadzaam om hier alert op te zijn. Bij wisseling van de onderneming midden in een maand kan namelijk de situatie ontstaan waarbij over dezelfde auto twee keer pseudo-eindheffing wordt berekend. Formeel zijn er die maand namelijk twee werkgevers geweest die de auto ter beschikking hebben gesteld.
Bij overgang van de onderneming kan sprake zijn van een wijziging van werkgever. In beginsel leidt een wijziging van werkgever tot een nieuwe terbeschikkingstelling. Echter hoeven fusies en overnames niet te leiden tot een nieuwe terbeschikkingstelling, wanneer de nieuwe werkgever feitelijk de positie van de oude werkgever overneemt en de bestaande situatie wordt voorgezet.
Het is daarom raadzaam om hier alert op te zijn. Per situatie zal beoordeeld moeten worden of daadwerkelijk sprake is van een nieuwe terbeschikkingstelling of voortzetting van de bestaande situatie. Bij een overgang van de onderneming midden in een maand kan de situatie ontstaan waarbij over dezelfde auto twee keer pseudo-eindheffing wordt berekend.
Ja, er is sprake van een overgangsregeling. Voor auto’s die vóór 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld aan een werknemer geldt dat er nog geen pseudo-eindheffing verschuldigd is tot en met 31 december 2030.
Let op! Bij een wijziging van auto of werkgever is sprake van een nieuwe ter beschikking stelling en eindigt het overgangsrecht.
Ja, tot en met 31 december 2030 mag de werkgever één keer per kalenderjaar een fossiele personenauto ter beschikking stellen voor een periode van maximaal zeven aaneengesloten dagen, zonder dat hierover pseudo-eindheffing verschuldigd is. Deze vrijstelling geldt voor auto’s die pas na 1 januari ter beschikking worden gesteld en dus niet onder het reguliere overgangsrecht vallen.
De vrijstelling vervalt per 1 januari 2031, gelijktijdig met het einde van het overgangsrecht.
Ja, de regeling gaat uit van het moment waarop de auto daadwerkelijk aan de werknemer ter beschikking wordt gesteld. Als de auto van de zaak pas na 1 januari 2027 wordt geleverd is de pseudo-eindheffing verschuldigd.
Wanneer een auto binnen dezelfde werkgever gedurende overgangsperiode aan meerdere werknemers ter beschikking wordt gesteld, blijft het overgangsrecht in principe van toepassing. Het overgangsrecht vervalt pas op het moment dat de auto niet langer door een werknemer van de betreffende werkgever wordt gebruikt.
Bij terbeschikkingstelling van auto’s binnen een groep of concern kan de vraag ontstaan of sprake is van dezelfde werkgever, of van een formele werkgeverwisseling.
In beginsel kan een wijziging van de werkgever ertoe leiden dat het overgangsrecht vervalt. Dit hoeft echter niet het geval te zijn indien de nieuwe werkgever feitelijk in de plaats treedt van de oude werkgever en de bestaande situatie wordt voortgezet.
Het is daarom van belang om per situatie te beoordelen of sprake is van een daadwerkelijke werkgeverwisseling, of van een voortzetting van de bestaande situatie na overname of fusie.
Heeft u naar aanleiding van deze Q&A vragen of wilt u sparren over de impact voor uw organisatie? Wij denken graag met u mee over de gevolgen en mogelijke keuzes binnen uw mobiliteitsbeleid. Neem gerust contact met ons op.
Ook interessant
Gerelateerde Berichten
Blijf op de hoogte dankzij de inzichten van onze specialisten. Lees nieuws en blogs over ‘dienst’ die nieuwe invalshoeken bieden op actuele onderwerpen.