Oudere werknemers eerder laten stoppen met werken? Let goed op de mogelijke gevolgen!
Steeds meer collectieve arbeidsovereenkomsten (Cao’s) bevatten een bepaling die werkgevers de mogelijkheid biedt om, onder voorwaarden, oudere werknemers eerder te laten stoppen met werken. Deze mogelijkheid wordt ook wel een Regeling vervroegde uittreding (RVU) genoemd. Het arbeidsrechtelijk afspreken van een RVU kan echter vanuit fiscaal oogpunt onbedoelde effecten hebben waar u als werkgever voorafgaand aan het beëindigen van de arbeidsovereenkomst over na moet denken.
Huidige regeling
Civiele kwalificatie
In de praktijk geven werkgevers regelmatig bij hun adviseur aan dat zij een RVU willen afspreken met hun oudere werknemer(s). Het begrip RVU heeft geen zelfstandige betekenis in het arbeidsrecht, maar wordt gezien als een verzamelbegrip voor afspraken die werkgevers en werknemers kunnen maken zodat een werknemer eerder uit dienst gaat dan de reguliere pensioendatum en/of AOW-datum. Een RVU is daarmee dus geen wettelijke beëindigingsgrond.
Als een werknemer eerder wil stoppen met werken, dan wordt de arbeidsovereenkomst vaak beëindigd met wederzijds goedvinden door het sluiten van een zogenoemde vaststellingsovereenkomst. In een vaststellingsovereenkomst kunnen werkgever en werknemer de voorwaarden waaronder de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd vastleggen. Hierin kunnen dus afspraken worden gemaakt over een vergoeding die de werknemer nog krijgt.
Fiscale kwalificatie
Bij het betalen van een beëindigingsvergoeding is het wel belangrijk om rekening te houden met de eventuele pseudo-eindheffing (tarief 2025: 52% over de volledige vergoeding) die u als werkgever verschuldigd bent als sprake is van een fiscale RVU. Deze pseudo-eindheffing is een volledige werkgeverslast en komt bovenop de reguliere loonheffingen die moeten worden ingehouden op de beëindigingsvergoeding.
Vanuit fiscaal oogpunt heeft het begrip RVU een andere betekenis dan vanuit het civiele recht. Fiscaal gezien kan elke betaling aan het einde van een dienstverband van een oudere werknemer kwalificeren als een RVU als deze bedoeld is óf gebruikt kan worden om de periode tot pensioen te overbruggen. Het maakt daarbij niet uit op welke juridische grond een arbeidsovereenkomst is beëindigd.
Toetsing fiscale RVU
Om te beoordelen of een beëindigingsvergoeding kwalificeert als een fiscale RVU moet allereerst worden gekeken of het dienstverband wordt beëindigd om leeftijd gerelateerde redenen. Kort gezegd zal er geen sprake zijn van een fiscale RVU als de arbeidsovereenkomst ook beëindigd zou worden als de werknemer bijvoorbeeld 45 jaar zou zijn. De redenen voor de beëindiging moeten objectief worden getoetst en de beweegredenen van de werkgever en werknemer zijn niet relevant.
Als op basis van de objectieve gronden voor het beëindigen van de arbeidsovereenkomst (mogelijk) sprake is van een fiscale RVU, dan is de hoogte van de beëindigingsvergoeding in combinatie met bijvoorbeeld een WW-uitkering of vervroegde pensioenuitkering nog van belang. Als het totaalbedrag niet meer bedraagt dan 70% van het laatstgenoten reguliere jaarloon, is er geen sprake van een fiscale RVU en bent u de pseudo-eindheffing niet verschuldigd. Hierbij geldt dat de regeling getoetst wordt in een periode vanaf de datum van uitdiensttreding tot 24 maanden voorafgaand aan de pensioenleeftijd dan wel de AOW-leeftijd (eerste van de twee). Als de werknemer uit dienst gaat binnen de 24 maanden voorafgaand aan zijn pensioenleeftijd of AOW-leeftijd, dan is fiscaal altijd sprake van een RVU. Dit is uiteraard niet het geval als op basis van de objectieve gronden géén sprake is van een fiscale RVU.
Huidige drempelvrijstelling
Tot 31 december 2025 geldt er een zogenoemde drempelvrijstelling (2025: omgerekend € 2.273 bruto per maand) als sprake is van een fiscale RVU. Als aan een aantal voorwaarden is voldaan, bent u als werkgever toch géén pseudo-eindheffing verschuldigd over (een deel van) de beëindigingsvergoeding. De huidige drempelvrijstelling loopt af per 31 december 2025, maar er is wel overgangsrecht voor de periode 2026 tot en met 2028. Als de werknemer uiterlijk op 31 december 2025 de leeftijd heeft bereikt die maximaal 36 maanden vóór de AOW leeftijd ligt en de beëindiging wordt vóór 31 december 2025 schriftelijk overeengekomen, dan kan de huidige drempelvrijstelling ook in de periode 2026 tot en met 2028 nog worden gebruikt.
Toepassing
Als aan alle onderstaande cumulatieve voorwaarden is voldaan, kan de huidige drempelvrijstelling worden toegepast:
- De werknemer moet binnen 36 maanden de AOW-leeftijd bereiken; en
- de werknemer stopt volledig met werken (géén ander werk in loondienst); en
- de werknemer maakt vrijwillig gebruik van de regeling; en
- de werknemer bouwt in deze periode geen pensioen op.
Regeling vanaf 1 januari 2026
De huidige fiscale drempelvrijstelling wordt vanaf 1 januari 2026 aangepast naar een structurele RVU zonder feitelijke einddatum, maar waarbij iedere 3 jaar opnieuw wordt bekeken of de regeling nog doeltreffend is. Tegenover de nieuwe drempelvrijstelling staat wel dat het pseudo-eindheffingstarief in stappen verhoogd zal worden tot 65% (2028) en dat de voorwaarden om gebruik te kunnen maken van de drempelvrijstelling worden beperkt. Met deze striktere voorwaarden hoopt de overheid dat de RVU gericht wordt aangeboden aan werknemers in zware beroepen en dat de daadwerkelijke uitstroom beheersbaar blijft.
Om na 1 januari 2026 gebruik te kunnen maken van de fiscale drempelvrijstelling, moet aan een aantal nieuwe striktere voorwaarden worden voldaan. Deze voorwaarden zijn ook in het Belastingplan 2026 opgenomen en worden hieronder toegelicht. Als niet aan alle voorwaarden is voldaan, zal de fiscale drempelvrijstelling niet van toepassing zijn.
Zwaar beroep
De nieuwe drempelvrijstelling kan alleen nog gebruikt worden voor werknemers met een zogenoemd zwaar beroep. Of sprake is van een zwaar beroep moet in de CAO met objectieve criteria worden vastgelegd. De regeling moet daarmee dus zijn gericht op belastende functies.
Einde dienstverband op verzoek van werknemer
Op dit moment zien we vaak dat de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd via de vaststellingsovereenkomst en dat oudere werknemers soms nog recht hebben op een WW-uitkering (en eventueel IOW-uitkering) tot het bereiken van de AOW-leeftijd. De nieuwe drempelvrijstelling kan echter alleen gebruikt worden als de werknemer vrijwillig uit dienst gaat. Dit heeft tot gevolg dat de werknemer géén gebruik meer kan maken van zijn opgebouwde WW-rechten en dat de beëindigingsvergoeding dus voor een groter gedeelte in het levensonderhoud moet voorzien.
Koppeling aan duurzame inzetbaarheid
Vanwege de beheersbaarheid van de RVU-regeling en het voorkomen van een te grote uitstroom moeten de nieuwe RVU-regelingen die in een CAO worden opgenomen, ook worden gekoppeld aan maatregelen in het kader van de duurzame inzetbaarheid van oudere werknemers. Zo moeten CAO-partijen die een RVU-regeling willen opnemen, ook gerichte maatregelen treffen om oudere werknemers zo lang mogelijk gezond door te laten werken.
Tot slot
Heeft u oudere werknemers die mogelijk eerder willen stoppen met werken of bent u benieuwd naar alle mogelijkheden ten aanzien van duurzame inzetbaarheid? Wij denken graag met u mee over de mogelijkheden en uw personeelsbeleid. Neem gerust contact op met Eline van Cranenbroek via [email protected] of via 06-21 92 55 88.
Ook interessant
Gerelateerde Berichten
Blijf op de hoogte dankzij de inzichten van onze specialisten. Lees nieuws en blogs over ‘dienst’ die nieuwe invalshoeken bieden op actuele onderwerpen.